Posts tonen met het label Wist je dat.... Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wist je dat.... Alle posts tonen

maandag 29 december 2014

Wist je dat... - dode metaforen

Omdat ik in het examenjaar zit moet ik voor school een profielwerkstuk maken. Mijn PWS gaat over metaforen. Ik wil graag onderzoeken wat voor rol metaforen in het Nederlands spelen. Een deel van mijn PWS bestaat uit een eigen onderzoek hiernaar. Ik heb een enquête afgenomen in 4 klassen op mijn school om te kijken in hoeverre metaforen herkend worden en ook om te kijken of dode metaforen nog herkend worden. Want wist je dat die ook bestaan, dode metaforen?

Een normale metafoor

Een normale metafoor (om de kennis even op te frissen) is een vorm van beeldspraak. Je vergelijkt de werkelijkheid met een beeld. Denk bijvoorbeeld aan 'dat kind is een engel', maar ook bijvoorbeeld aan 'deze zwijnenstal moet nodig opgeruimd worden', of 'die berg is het dak van de wereld'. Een metafoor kan om verschillende redenen gebruikt worden, bijvoorbeeld om de tekst te verfraaien, of om iets te verduidelijken. Bovenstaande voorbeelden van metaforen zijn "levende" metaforen. Wij herkennen ze echt nog als metafoor. Maar denk eens aan het woord 'stoelpoot'. Zou jij dat nog een metafoor noemen?

Een dode metafoor

Waarschijnlijk niet. Dode metaforen zijn namelijk al zo normaal voor ons geworden, dat we niet meer doorhebben dat het ooit een metafoor was. Een paar voorbeelden:

  • In het voorbeeld van de 'stoelpoot' zien we het woord 'poot' terug, wat eigenlijk slaat op de poot van een dier. Maar we hadden een woord nodig voor wat wij nu stoelpoot noemen, dus we hebben dat woord 'poot' van de dieren geleend. 
  • Het woord 'hoofdstad'. Het belangrijkste van een lichaam wordt gebruikt om de belangrijkheid van een stad weer te geven. 
  • Ook 'indruk', in de zin van 'het maakte veel indruk op mij', is een dode metafoor. Een indruk is letterlijk zoiets als wanneer je je vinger in een spons duwt. Dan 'druk' je er 'in'. Maar nu is dat beeld gebruikt om weer te geven wat er gebeurt als iets veel indruk op je maakt (tja, een ander woord hebben we er dus niet voor..). 
  • 'Ontdekken' is ook een goed voorbeeld. Eerst was iets toegedekt (dus nog niet bekend), nu wordt het letterlijk ont-dekt (dus bekend gemaakt). 
  • Denk ook eens aan 'eenvoudig'. Als iets maar één keer gevouwen is en niet twintig keer, dan is het simpel. Eenvoudig dus. Dat beeld (van een papiertje dat één keer gevouwen is) wordt gebruikt om weer te geven hoe simpel een zaak is.

Dit klinkt allemaal misschien best logisch, maar toch valt het nog niet mee om een dode metafoor in het echt te herkennen. Zo blijkt ook wel uit mijn eigen onderzoek, waarvan ik de resultaten nu aan het verwerken ben. Maar als je er even bij stil staat, zijn er ontelbaar veel dode metaforen in de taal te vinden. Probeer er maar eens op te letten, en je zult versteld staan!

maandag 6 januari 2014

Wist je dat ... - frequentatief

... '-el' of '-er' dat toegevoegd is aan de stam van een werkwoord in het Nederlands vaak gelijk is aan 'het herhaaldelijk uitvoeren van een handeling'? Dit heet een frequentatief.

Een paar voorbeelden:
- 'huppelen' = 'herhaaldelijk huppen'
- 'stotteren' = 'herhaaldelijk stoten' (wat je letterlijk met je stem doet als je stottert)
- 'hinkelen' = 'herhaaldelijk hinken'
- 'hakkelen' = 'herhaaldelijk hakken' (wat je dus met een zin doet als je hakkelt)
Denk bijvoorbeeld ook aan 'trappelen' en 'klapperen'. Zelfs bijvoorbeeld 'luisteren' komt van een oud woord 'luisten' wat wij al niet meer kennen, maar wat je nog wel in het Engels ziet: to listen.
Niet elke frequentatief heeft echter een werkwoord waar het vandaan komt. Zo komt 'dribbelen' niet van 'dribben' en 'babbelen' niet van 'babben'.

Maar: een werkwoord dat op '-elen' of '-eren' eindigt, kan soms ook zijn ontstaan doordat het bijvoorbeeld bij een zelfstandig naamwoord hoort dat op '-el' of '-er' eindigt, zoals: 'hameren' van 'hamer' komt (en dus niet van 'hamen') en 'beitelen' van 'beitel' komt (en dus niet van 'beiten'). Dan is het dus geen frequentatief. Denk bijvoorbeeld ook aan 'verslechteren', wat gewoon een vergrotende trap is van 'slecht', en wat dan ook geen frequentatief is. Daar moet je dus altijd wel even op letten.

Dit soort weetjes zijn heel handig om makkelijker te begrijpen hoe woorden in elkaar zitten. Misschien weet je zelf ook nog wel een paar voorbeelden van frequentatieven, er zijn er genoeg!